Afgelopen december is onze collega Bedrijfsarts Marc Brouwers door Angela Messioui geïnterviewd waarin hij vertelt hoe jij aan jou Medewerkerkracht kunt werken.

Een medewerker van 20 heeft op 40 jarige leeftijd 25% van zijn fysieke en psychische belastbaarheid ingeleverd. “Het is daarom raar dat je tot je pensioen hetzelfde werk doet” vertelt Marc.

Zijn tips:

  • Werk aan een gezonde leefstijl: voeding, beweging, slaap en ontspanning
  • Blijf je ontwikkelen door nieuwe dingen te leren
  • Ga in gesprek met je leidinggevende over wat je nodig hebt
  • Doe ook eens even helemaal niets. Lekker lummelen is goed voor je!

Het volledige interview is te beluisteren in een podcast via: https://lnkd.in/gBTutdG

Hieronder kun je het interview met Marc ook lezen.duurzaam

Angela: welkom Marc wat leuk dat ik je mag interviewen over het interessante onderwerpen obsoletie. Kun je jezelf introduceren? wat doe je precies?

Marc: ik ben Marc Brouwers en ik ben al zo’n 15 jaar werkzaam als geregistreerd bedrijfsarts. En het meeste wat ik doe is een verzuim spreekuur draaien zoals we dat zeggen hè. Dus werknemers die zich hebben ziekgemeld begeleiden. Ze komen dan bij mij op het verzuim spreekuur en dan gaan we kijken wat zijn eigenlijk je beperkingen en vooral wat zijn je mogelijkheden om het werk wel weer op te kunnen pakken. En dat is niet het enige wat we als bedrijfsarts doen. We zijn ook adviseur niet alleen naar de individuele werknemer en werkgever maar we adviseren ook gevraagd en ongevraagd de werkgever op het gebied van arbeidsomstandigheden.

Angela: en bij welke bedrijven werk je voornamelijk?

Marc: ik heb op dit moment in mijn pakket zorginstellingen, onderwijs en ook productiebedrijven. Waar bijvoorbeeld verven en lakken en pleisterwerk worden geproduceerd. Ik heb in het verleden ook met andere productiebedrijven te maken gehad. Denk ook aan schoonmaak, of interieurverzorgster zoals ze dat noemen. Ik heb ondertussen heel wat verschillende branches gezien.

Angela: echt een heel divers pakket aan werkgevers heb je dus. En kun je wat meer vertellen over het soort medewerkers dat je op je spreekuur ziet en wat je daar heel erg in opvalt?

Marc: verzin er maar een en ik heb het wel een keer gezien. Het zijn echte van de jongste werknemers die net hun studie hebben afgerond tot de twintiger, dertiger en veertiger, vijftiger en zestiger. Van de zwangere werknemer die met een burn-out thuis komt te zitten, maar ook mensen met echt serieuze medische aandoeningen die ook echt behandeld worden in een ziekenhuis. Het varieert, van alles en er komen ook mensen die nog niet verzuimen. Zij komen op het zogenaamde arbeidsomstandigheden spreekuur. Steeds meer mensen weten de weg te vinden naar ’t bedrijfsgeneeskunde spreekuur.

Ook al is er nog geen verzuim, ze willen wel een advies van de bedrijfsarts omdat er toch een factor speelt die van invloed is op hun inzetbaarheid als werknemer. En dan krijg je te maken met werk privé balans. Of misschien speelt wel een medische aandoening die van invloed is op de belastbaarheid van een werknemer dus. Ja ik vind het een lastige vraag om te zeggen wat kom ik allemaal tegen. Ik kom heel veel verschillende dingen tegen. En er zijn er wel bepaalde trends die de afgelopen jaren wat meer toenemen. Vooral veel fysieke klachten of psychische klachten. Er zijn ook andere omstandigheden die meespelen. Daar zie je wel een landelijke trend in.

Ik zie dat met name in de zorg en het onderwijs waar een personeelstekort is, dat die toch meer te kampen hebben met ziektebeelden als overspanning en burn-out naar de werkdruk toeneemt. We hebben minder personeel dus dan komt er toch meer op de schouders van de mensen die in die branche werken. Dan zie je dus inderdaad dat mensen toch overbelast raken. Werk gaat dan voor, we kunnen moeilijk nee zeggen. En ik denk dat het zeker ook een landelijke trend is dat steeds meer mensen in die burn-out terechtkomen.

Angela: omdat we meer van de mensen verwachten en misschien ook wel andere dingen van ze verwachten, waarvoor ze misschien ook wel andere vaardigheden nodig hebben dan voorheen.

Marc: dat kan een belangrijke rol spelen. Dat zie je inderdaad bijvoorbeeld bij wat ouder wordende werknemers die desgevraagd toch net zo hard moeten werken als de twintiger. Alleen al dat vind ik een opvallend fenomeen. Dat we van een werknemer verwachten, ongeacht zijn leeftijd, dat als die in een bepaalde functie zit, net zo veel moet kunnen presteren als iemand van 20 jaar.

Ik heb ooit in de opleiding tot bedrijfsartsen geleerd dat je als je iemand van 20 jaar vergelijkt met iemand van 40. Dat die persoon van 40 jaar 25 procent van zijn belastbaarheid heeft ingeleverd. En dat is zowel op lichamelijk als op psychisch gebied. De ouder wordende mens. Elk systeem in je organisme dat verouderd. Dus ook je herstel mechanisme. Dus naarmate iemand ouder wordt, kan die ook minder aan zowel lichamelijk als geestelijk. Dat is een biologisch gegeven. En toch verwachten we van iedereen, of je nou een verpleegkundige bent of een docent, of iemand in de bouw. Dat hij hetzelfde werk tot aan zijn pensioen blijft doen. Dat is eigenlijk wel heel raar.

Angela: en wat zie je dan als mogelijke oplossingen daarvoor? Wat zou kunnen helpen?

Marc: laat ik even vooropstellen. Er zijn ook mensen die de AOW-leeftijd en de pensioenleeftijd halen en dat gewoon echt op een gezonde manier doen. Zij kunnen het blijkbaar wel aan. Vraag is natuurlijk hoe doen zij dat dan? Hoe zorgen zij dat ze vitaal die eindstreep halen? Dat hangt van elk individu af. Hoe vitaal ben ik? En welke fysieke gesteldheid heb je? Wat krijg je van thuis uit mee en wat is je leefstijl?

Ook niet onbelangrijk, hoe zorg ik dat ik vitaal door het leven kan, zodat ik medewerker kracht kan leveren. Als je gezond door het leven gaat en je hebt lol in je werk. Dan ben je ook voor meerwaarde voor je werkgever. Die verantwoordelijkheid ligt steeds meer bij de individuele persoon, de werknemer ligt. Vanuit de werkgever is het belangrijk om een leeftijdsbewust personeelsbeleid te hebben. Er zijn een aantal kwetsbare groepen waar je echt aandacht aan moet besteden. Bijvoorbeeld de jonge werknemer die net binnenkomt met heel veel kennis door z’n opleiding, maar nog heel weinig praktijkervaring. Vaak hebben zij jonge gezinnen en zitten zij in een andere levensfase.

En je hebt te maken met de ouder wordende werknemer de late vijftiger of zestiger. Die als hij 60 jaar wordt nog 9 jaar voor de boeg heeft. Dat zijn ook kwetsbare groepen. Dus je moet als werkgever je werknemers op je vizier hebben en daar regelmatig mee spreken. Hoe zie je jezelf over een jaar of 5 hoe zie je jezelf over een jaar of 10? Hoe ga je jezelf ontwikkelen? Hoe zorg je ervoor dat je inzetbaar blijft? Dit adviseer ik aan werknemers in het spreekuur, maar ook op werkgevers niveau. Maak het bespreekbaar.

Angela: maar dat is echt ontzettend ingewikkeld. Want er wordt ontzettend veel verwacht van de werkgever, maar elk mens is ook anders. Heeft andere behoeften. Maar ook voor de werknemer, want je hebt soms ook te maken met je genen.

Marc: biologische ontwikkeling ja. Daar waar je invloed op hebt, moet je aan werken. Zoals aan je leefstijl of aan je kennis en vaardigheden. Het lijkt ingewikkeld maar eigenlijk is het allemaal het wel voor de hand liggend. Kijk als je gezond oud wilt worden, dan is één van de voorwaarden dat je voldoende slaap krijgt, dat je gezonde voeding binnenkrijgt, dat je voldoende aan lichaamsbeweging doet en dat je je regelmatig mentaal ontspant. Dat zijn de leefstijl factoren die ik altijd benoemen tijdens het spreekuur. Dat is advies waar mensen meteen mee aan de slag kunnen zodra ze bij mij de spreekkamer verlaten. Dat vind ik eigenlijk wel een soort van basis waarvan je uit mag gaan of wat je mag verwachten van een individu. Dan ben je namelijk ook vitaal. Dan heb je energie. Daarnaast ben je extra gemotiveerd en je hebt veel veerkracht voor eventuele tegenslagen.

Ben je werknemer met een uitdagende baan hetzij fysiek hetzij geestelijk? Dan wordt er ook van je verwacht dat jij jezelf daarin blijft ontwikkelen. Dat je zorgt dat je de baan aankunt. Je hebt immers gesolliciteerd op die baan. Dan vind ik het niet meer dan logisch dat die werknemer ook werkt aan zijn eigen inzetbaarheid. De werkgever heeft al veel meer plichten door de Arbowet. De werkgever moet zorgen voor optimale arbeidsomstandigheden en factoren in het werk. De risico’s waar werknemers potentieel gezondheidsschade kunnen oplopen, liggen vast in de risico-inventarisatie en evaluatie. Dat is een verplicht document voor elke werkgever. En daar hoort een plan van aanpak bij. En in die drie documenten staan niet alleen de fysieke belasting of fysische belasting in het werk beschreven. Dat zijn vaak de harde feiten die meetbaar zijn. Daar kun je heel doeltreffend maatregelen bij treffen.

Maar bij de kwetsbare werknemers groepen of bij de psychosociale arbeidsbelasting. Dat is tegenwoordig de belangrijkste factor waarom mensen stress ervaren en in die burn-out terechtkomen. De psychosociale belasting die moet wel verder uitgediept worden. Wat veroorzaakt stress binnen mijn bedrijf of afdeling? En wat voor maatregelen zou ik als werkgever daarvoor kunnen treffen, zodat mijn werknemers niet die werkstress ervaren? Daar moeten werkgevers ook heel bewust mee bezig. En dat zijn ze ook steeds meer. Ik denk dat dit ook onze belangrijkste rol gaat zijn als bedrijfsarts. Om dit de komende jaren steeds meer aan te jagen bij werkgevers.

Angela: de RI&E is zo’n verplicht en taai document dat vaak ergens onderin een bureaula ligt.

Marc: het hoeft niet zo heel taai stuk te zijn. Het is een levend document en zegt heel veel over je organisatie. En welk plan van aanpak je hebt om die omstandigheden verder te blijven optimaliseren. Je moet een soort cyclus hebben. Je moet elk jaar even terugkijken. Wat hebben we van het plan van aanpak uitgevoerd? Wat wordt is er verbeterd? Komt er nu weer een periodiek medisch onderzoek aan? Is nu weer een moment aangebroken dat we kunnen evalueren of de maatregelen die we hebben getroffen het gewenste effect hebben? Daarna komen er adviezen vanuit de bedrijfsarts. Zo krijgen we een arbobeleid cyclus zodat de werkgever de genomen maatregelen kan blijven meten. Uiteindelijk gaat het erom dat je met die preventieve maatregelen geld kunt besparen. Dat kost allemaal geld, dat snap ik ook wel. Maar je verzuim wordt beheersbaarder doordat het omlaag gaat.

Angela: ik vind het wel een positieve ontwikkeling dat werkgevers zich daar ook steeds meer bewust van zijn. En dat ze met de arbo-cyclus een handvat hebben om de medewerkers echt te helpen.

Marc: het vreemde is. Het kost bijna 2 miljard voor de bv Nederland om het verzuim te betalen. 2 miljard dat is best veel. En als je kijkt wat de bv Nederland eigenlijk uitgeeft aan preventieve maatregelen is dat nauwelijks 1 procent van dat bedrag. Dus je ziet nu inderdaad steeds meer bewustwording bij werkgevers. Als ik nou investeer in preventie dan moet er zich op de langere termijn gaan terugbetalen. Daardoor zijn sommige werkgevers er nu echt werk van gaan maken.

Angela: we worden natuurlijk nu ook wel geholpen door de ontwikkelingen bij de overheid. Die daar veel meer aandacht aan besteden.

Je vertelde eerder dat je de medewerker op het spreekuur advies geeft over een goeie leefstijl, ontspanning, beweging en voeding. Waar ik nog benieuwd naar ben. De mensen in de zorg en ook bijvoorbeeld in de bouw werken in ploegendiensten. Welke tips heb je voor deze mensen op het gebied van leefstijl?

Marc: als je jaar in jaar uit in ploegendienst werkt en dan ga ik ervan uit dat je ook bedoeld niet alleen de ochtend en avond maar ook nachtdiensten. Daarbij krijg je een verstoring van je bioritme. Dat brengt wel gezondheidsrisico’s met zich mee en zeker als je dat langer dan 20 jaar doet. Maar je vroeg hoe kun je het voedingspatroon en het slaappatroon daarop aanpassen. Er zijn tegenwoordig allerlei apps die daarbij helpen. Voor de mensen in de zorg is er in ieder geval een app. Ik adviseer deze te downloaden. Het is een app die je bij wijze van in de nachtdienst als het toevallig een keer rustig is, kunt gebruiken. Je kunt er spelletjes op spelen voor je alertheid. Het geeft ook adviezen over voeding en slaap. Bij productiebedrijven waren meer een mannencultuur heerst. Ja die zijn vaak wat moeilijker te bereiken.

Angela: ja leefstijl en gezonde voeding zijn niet sexy.

Marc: regelmatig heerst daar de gedachte, zodra ik thuiskom en mijn werkdag zit erop, dan wil ik een biertje. Bij deze bedrijven heb ik ook voorlichting gegeven. Dan hadden we een workshop met een groep van 50 werknemers. Over ploegendiensten, leefstijl de risico’s die je loopt. Maar ook hoe je daar wel een soort van invloed op kunt hebben. En dat je je moet afvragen. Als je 25 bent. Ga ik dit nu tot m’n pensioen doen? De bewustwording kweken is uiteindelijk de eerste stap.

Maar er zijn natuurlijk altijd mensen die zijn wat kwetsbaarder. Die zie ik ook op mijn spreekuur. Er zijn mensen die kunnen echt moeilijk om kunnen gaan met een verstoring van hun bioritme. Dan zie je dat mensen slaaptekort gaan krijgen. Ze kunnen overdag niet slapen en die zie je dan afglijden. Mensen worden er soms ook echt depressief van. Deze mensen haal je uit de nachtdienst en zet je weer in de regelmatige dagdienst. Zodra ze opgeknapt zijn dan mogen ze weer de onregelmatige diensten in. Maar vaak gebeurt het een tweede keer. Dan worden ze na een paar jaar toch weer depressief. Dan zeg ik dat het voor jouw gezondheid niet wenselijk is om nachtdiensten te blijven werken.

En ook de mensen met de aandoeningen als hart- en vaatziekten, herseninfarcten en hersenbloedingen hebben ze in het algemeen hart- en vaatziekten is het niet medisch verstandig om in de nachtdienst te werken.

Angela: dat is soms heel verdrietig, want ze doen dit werk soms al jaren. En dan moeten ze opeens iets anders gaan doen.

Marc: ja, soms wil een werkgever nog wel zeggen, je hebt zoveel kennis en ervaring aan boord. Ik wil je graag in dienst te houden dan ga jij maar uit de nachtdienst. Vaak is er in de dag en in de late avonddienst werk aanwezig. Soms dan zegt een werkgever, als jij niet in ploegendienst kunt werken dan heb ik eigenlijk voor jou geen plek meer. Dan wordt er gekeken naar een andere passende functie binnen het bedrijf. En als een bedrijf zegt, met alle liefde van de wereld, maar ik heb gewoon geen plek voor jou. Behalve die plekken in de ploegendienst. Dan is de werkgever min of meer verplicht, op grond van ziekten en op advies van de bedrijfsarts, om deze werknemer te begeleiden naar ander werk bij een andere werkgever.

Angela: en uit mijn persoonlijke ervaring kan ik vertellen dat heel veel bedrijven en mensen vaak vastlopen bij de re-integratie tweede spoor of een outplacement. Dat leidt niet altijd tot een succes en dat is echt heel jammer.

Marc: dat klopt slechts 10 tot 15 procent van de tweede spoortrajecten leiden tot een succes aan het einde van de wachttijd WIA. Wij moeten natuurlijk wel rekening houden met het moment dat het tweede spoor wordt ingezet. Als je het gelijk aan het begin van de 2 jaar inzet dan heb je meer kans op succes dan dat je dit pas aan het einde van het eerste jaar doet. Ik merk wel aan mensen die vijftigplus zijn, dat ze denken, wie wil mij nog.

Angela: dat is toch verschrikkelijk dat de vijftigplusser zo wordt afgeschreven.

Marc: ja, nou ja dat beeld heerst in de samenleving. En veel van de vijftigplussers die zeggen dat ook wel zelf hè. Toch maak ik ook wel mensen mee die zeggen, ik vind het wel weer een nieuwe baan. Zij gaan uit van hun eigen kracht. Ik hoorde toevallig deze week op de radio dat dat de werkloosheid nog nooit zo laag is geweest. En dat met name de jongere en de oudere werknemers nu eerder een baan vinden. Dat vond ik wel opvallend. Dat is een ander geluid dan dat ik de laatste jaren heb gehoord. Ik denk dat de echte vakmensen, de ambachtslieden op zich toch wel een baan moeten kunnen vinden. Want er wordt gezegd dat er een groot tekort komt een ambachtslieden. Maar ik ben het wel met je dat het voor de mensen die vijf, zes, zeven voor die AOW zitten. En het dan niet meer trekken. Door wat voor reden dan ook toch vaak een beetje ja. In het verdomhoekje worden gezet of in de WW terechtkomen. En dat is dan ook inderdaad wel verdrietig want zo heeft niemand zijn carrière willen beëindigen.

Angela: dat is zonde voor de maatschappij maar ook voor de economie omdat deze mensen veel kennis en ervaring hebben waar te weinig gebruik van maken.

Ik ben ook nog even benieuwd. We hebben het nu gehad over wat je allemaal op het spreekuur meemaakt. Maar hoe zit dat met jouw eigen vakgebied, de beroepsgroep bedrijfsarts. Hoe kijk je daar eigenlijk tegenaan? Hoe obsoleet is de bedrijfsarts eigenlijk?

Marc: ik denk dat het vak van de bedrijfsarts absoluut niet obsoleet is. Ik denk dat wij nu eindelijk weer oprukken. En aan de jonge collega’s die nu net afstuderen en nog niet zo heel goed weten welk vak ze nu willen kiezen, dat onze expertise als bedrijfsarts echt wel heel erg bijdraagt aan een gezonde samenleving. We hebben natuurlijk ook een hele belangrijke maatschappelijke rol om iedereen gezond door het arbeidsleven heen te loodsen. Als ik kijk naar onze eigen arbodienst. Daar zijn toch echt een aantal jonge artsen die rechtstreeks uit de schoolbanken komen. Die dit vak heel graag willen gaan doen.

Het beeld van wat de bedrijfsarts ooit was. De dokter waar je naartoe moet en die je naar je werk schopt. Ik denk dat het echt wel een achterhaald beeld is. Dat neemt niet weg dat er natuurlijk nog altijd bedrijfsartsen zijn die op die manier werken. Maar wij kijken gewoon serieus naar de beperkingen en de mogelijkheden. En informeren nogmaals de individuele werknemer en de werkgever op het gebied van inzetbaarheid in de breedste zin van het woord. Maar de term duurzame inzetbaarheid stond op de derde plaats van de meest irritante management termen. Die opmerking hoorde ik geloof ook deze week. Wij bezigen die term heel veel als bedrijfsarts. Dat heeft natuurlijk ook een reden. Als de pensioenleeftijd omhoog gaat en er wordt van ons allemaal verwacht dat we tot ons 69ejaar blijven presteren. Hoe ga je er dan voor zorgen als individu en als werkgever dat we duurzaam inzetbaar blijven. Ik vind dat toch wel een heel belangrijk iets. Hoe je het ook wil noemen. En daar is die rol van de bedrijfsarts wel voor een groot gedeelte voor weggelegd.

Je ziet ook gelukkig bij heel veel andere specialisten. Dus niet alleen de huisarts of specialist in het ziekenhuis dat de factor werk ook steeds meer in de belangstelling komt. Want bijna iedere patiënt die bij een dokter komt, heeft ook een baan. Dus de factor werkt krijgt ook de aandacht bij de andere specialisten. En dan wordt ook vaak gezegd, bespreek het met je bedrijfsarts. We hebben natuurlijk ook de medische kennis in huis. Over beroep ziektes maar ook over allerlei andere ziektes die van invloed zijn op je belastbaarheid. Dus om die vertaling te maken van de curatieve sector naar het inzetbaar zijn als werknemer. Op dat kruispunt staan mij als bedrijfsarts.

Nogmaals we adviseren niet alleen die individuele werknemer in het spreekuur. Maar ook de organisatie. We zitten bij de directie of de raad van bestuur, met de preventiemedewerker met de OR toe aan tafel. Om zo’n bedrijf vitaal te houden en te krijgen. Het is een uitermate boeiend en uitdagend vak. Waarbij dus niet alleen met medische zaken te maken hebben voor de mensen die ziek zijn. Maar ook te maken hebben met een organisatie waar je wat van mag vinden. Dus de bedrijfsarts is absoluut niet obsoleet.

Angela: mooie stelling. Ik was tot slot nog even benieuwd. Hoe zorg jij daar zelf dan voor dat je duurzaam inzetbaar blijft. Want ook jij zult moeten doorwerken tot je 69ejaar. Hoe denk jij dat zelf te gaan halen?

Marc: de vraag is ze moeten we allemaal tot ons 69ejaar blijven werken of wordt het de komende 10 tot 20 jaar dat toch wel weer iets verandert. Als je mij nu persoonlijk vraagt of ik dit tot mijn 69ejaar blijf doen. Ik kan er geen keihard ja op zeggen en ik kan er geen keihard nee op zeggen. Ik heb wel nog het idee dat ik me in dit vak kan blijven ontwikkelen. En of ik genoeg uitdaging heb waardoor ik de komende 15 jaar nog zeker door kan. Voor je beeldvorming ik ben 46 dus ik mag nog 23 jaar. Dus hoe zorg ik voor mijn eigen vitaliteit en inzetbaarheid? Dat betekent dat ik voldoende slaap, gezond eet en voldoende sport. En dat ik m’n werk uitdagend en leuk houd. Ik heb natuurlijk ook periodes in m’n werk dat het hartstikke druk is en dat ik eens eventjes wat langer moet blijven doorwerken. Nou ja so be it.

Maar ik ben ook wel in staat om duidelijk grenzen aan te geven en ook echt keihard nee te zeggen. Om te zorgen dat ik ook voldoende kan ontspannen. Ik merk een ontwikkeling in de maatschappij. Wij staan eigenlijk heel vaak aan. En daarmee bedoel ik we zijn altijd alert dus we krijgen altijd prikkels binnen. Niet alleen qua werk maar via welk beeldscherm dan ook. We worden continu geprikkeld en moeten we beslissen, ga ik hierop reageren? En dat is wel een beetje een probleem van deze maatschappij. Dat we daardoor overprikkeld raken. Als je niet oppast, raak je uiteindelijk uitgeput en kom je in een burn-out terecht. Die zie ik toch wel heel veel op het spreekuur. Dus ik probeer regelmatig gewoon eventjes lekker te lummelen en niks te doen. Even lekker te ontspannen. Dat heeft mij een aantal jaren geleden ook moeite gekost. Ik had moeite met het niks doen. Vooral de eerste dagen van vakantie. Dat gaat me nu wat makkelijker af. Ik denk dat dit het belangrijkste is wat ik mezelf heb aangeleerd. Dat ik ook echt een moment op de dag of ten minste in de week, ontspan en even uit ga.

Angela: ja. Dat is misschien nog wel je allerbelangrijkste advies.

Marc: absoluut. We moeten soms even lummelen en mijmeren. Even niks doen en dan ook niet het gevoel hebben van oh ik moet wat gaan doen. Als je dat gevoel namelijk steeds hebt. Ja dan ben je al een station te ver. Dan moet je je afvragen waar ben ik waar ben ik mee bezig? Dat is wel mijn mening ja.

Angela: nou Marc echt ontzettend bedankt voor dit hele interessante interview. Ik heb wel een mooi beeld van gekregen van wat de rol van de bedrijfsarts is en wat hij voor ons als werknemer maar ook voor de werkgevers kan betekenen. En je gaf ook hele praktische tips. Dankjewel.

Marc: heel graag gedaan.